Timo Verkaaik: “Ik heb geen moment overwogen om te stoppen.”

Het is inmiddels een bekend verschijnsel in het schaatsen: stoppende sponsors. Niet alleen langebaanschaatsers hebben hiermee te maken, ook in het marathonschaatsen is dit aan de orde. Zo maakte De Haan Westerhoff afgelopen winter bekend niet door te gaan met de sponsoring van de marathonploeg. Vaste waardes in die ploeg waren Jouke Hoogeveen, Erwin Mesu en Timo Verkaaik. Hoogeveen sloot zich aan bij Team Bouwselect, Mesu en Verkaaik bleven ploegloos. Speciaal voor schaatsers zonder ploeg, is er een nieuw team in het leven geroepen, de vangnetploeg. Dit ‘team’ moet ervoor zorgen dat schaatsers die geen ploeg hebben kunnen vinden toch hun niveau vast kunnen houden en zo behouden blijven voor de topdivisie. Zo kwam het, dat de voorbereiding van Timo Verkaaik er deze zomer heel anders uitzag dan verwacht. De sympathieke Gouwenaar ging niet bij de pakken neerzitten. In plaats daarvan maakt hij het beste van een verre van ideale situatie.

 

“Natuurlijk had ik het liefste bij een ploeg gereden, maar onder de omstandigheden ga ik zeker proberen om er het beste van te maken,” vertelt Timo. “De meeste ploegen zaten vol, maar ik wilde per se blijven schaatsen. Ik heb geen moment overwogen om te stoppen, daarvoor vind ik schaatsen nog te mooi. Het is een voorrecht om op dit niveau marathons te rijden. Met een ploeg leef je samen naar het seizoen toe. Dat is nu wel anders dan de afgelopen tien jaar. Ik hoopte dat het snel goed kwam, heb ook gesprekken gevoerd met ploegen, maar het duurde gewoon allemaal heel lang.”

Verkaaik kwam, toen eenmaal duidelijk was dat hij zonder ploeg verder moest, meteen in actie. “Ik heb me aangesloten bij de marathonselectie van het gewest Zuid-Holland en heb de hele zomer hard doorgetraind. Er wonen in mijn omgeving genoeg sportmaten, zoals Erik Jan Kooiman en Remco Schouten, dus ik stond er zeker niet helemaal alleen voor. Zij zijn talentvolle rijders, waar ik goed mee kan trainen.” Het illustere drietal reisde, met nog een aantal andere vrienden, afgelopen zomer af naar het Comomeer in Italië. “We hebben daar heel veel gefietst en keihard getraind, maar ook veel plezier gehad. En ik weet na zoveel jaren natuurlijk ook wel hoe het moet. Ik weet wat werkt en wat niet, ik heb al zoveel verschillende trainers gehad, daar heb ik uiteraard wel wat van opgestoken. Skeeleren doe ik met goede skeeleraars als Tom den Heijer, krachttraining kan gewoon hier in Gouda. Je moet een beetje creatief zijn en dingen combineren.”

Verkaaik is op trainingskamp in Erfurt met het team van Groenehartsport.nl, hoewel hij niet officieel deel uitmaakt van die ploeg. “Ik heb nu, samen met een aantal andere schaatsers, een neutraal pak van Team Vangnet. Sportchalet Viehhofen wordt aankomend seizoen mijn sponsor, zij vallen onder dezelfde stichting als Groenehartsport.nl.

Groenehartsport.nl biedt mij de mogelijkheid om met hun basis mee te trainen, zoals meegaan op dit trainingskamp, trainen in Leeuwarden en mee naar Oostenrijk, dus ik sta er niet helemaal alleen voor. Het is fijn dat die dingen in ieder geval geregeld zijn. Ik ben heel blij dat ik hier terecht kan, het is toch een beetje als terugkeren op het oude nest. Met Kurt Wubben en Joost Juffermans heb ik altijd een heel goede band gehad, dus vanuit die goede band word ik nu opgevangen in deze noodsituatie, om het zo maar te noemen.”

Ondanks zijn wat onconventionele voorbereiding, kijkt Timo wel uit naar de start van het seizoen. “Ik wil zo hard mogelijk schaatsen. Aanvallend rijden, kopgroepen meepakken en rondjes pakken. Ik wil gewoon lekker koersen en voorin eindigen, dat is uiteindelijk toch de essentie van marathonschaatsen. Er staan veel wedstrijden op het programma en ik kijk vooral erg uit naar de vierdaagse. Ik hoop natuurlijk wel weer bij een goede ploeg terecht te komen, want ik vind dat ik er wel tussen hoor. We moeten, denk ik, vooral heel blij zijn met de sponsors die wel blijven. Het zou mooi zijn als er nog twee grote sponsors bijkwamen in het peloton. Of misschien moet je terug naar kleinere ploegen van vier man, zoals bijvoorbeeld Stehmann/Viking. Meer kleine ploegen, zodat je het peloton groot kunt houden.”