Vergeten wereldkampioen Peter van der Velde

Werkdagen, vrije dagen, avonden en weekenden, waar mogelijk worden die voorlopig thuis doorgebracht. Proskating zal de komende tijd enkele verhalen uit de magazines publiceren, ook voor niet-abonnees. Zo komen we samen de tijd een beetje door.

Nederland beleeft hoogtijdagen in het shorttrack. Sjinkie Knegt startte het tijdperk met de wereldtitel in 2015. Sindsdien kan het succes niet op. Dergelijke grote successen kende Nederland in deze discipline echter al eerder. Eind jaren 80 haalde de Nederlandse ploeg meerdere wereldtitels op de relay. Ook werd toen de destijds 20-jarige Peter van der Velde wereldkampioen in het Amerikaanse Saint Louis, als eerste Nederlander ooit.

Tekst: Jan van Loon
Beeld: Soenar Chamid

Peter van der Velde (1967) is een voormalig Nederlands shorttracker. Foto: Soenar Chamid

“Mensen denken vaak dat Sjinkie Knegt de eerste wereldkampioen shorttrack was”, begint de inmiddels 52-jarige Peter, rustig zittend aan de keukentafel in Zoeterwoude. “Nou mooi niet, dat was ik.” Een brede, trotse glimlach is af te lezen van zijn gezicht. In de woonkamer is er niets wat ook maar enige herinnering oproept aan de tijd dat Peter de wereld rondreisde om zijn geliefde sport te beoefenen. Geen prijzen, geen foto’s en zelfs niet het telegram dat hij na zijn behaalde wereldtitel ontving van koningin Beatrix. “Boven op zolder heb ik nog wel wat hangen hoor, verder eigenlijk niet.”

Gaétan Boucher

Op jonge leeftijd was Peter goed in alle sporten. Of het nou tennis, voetbal of wielrennen was, hij zat steevast in het hoogste team. Op de ijsbaan in Leiderdorp maakte hij ook indruk op de schaats. “Je had daar een klein baantje waar ik mijn rondjes reed en daar lag ook een baan binnenin waar werd geshorttrackt. Ik weet nog goed dat Wim den Elsen me een keer vroeg om mee te doen. Ze waren op zoek naar extra rijders en ik won veel wedstrijdjes op de buitenbaan. Ze hadden wel gezien dat ik een beetje kon schaatsen, denk ik.”

Peter was meteen verkocht en schaatste geen langebaanwedstrijden meer. Hij ontwikkelde zich stormachtig op de shorttrackijzers. “Het was de tijd van de Canadees Gaétan Boucher. In mijn herinnering won hij destijds alles.” Peter zelf begon ook steeds meer te winnen en in de Nederlandse kernploeg werden grote successen behaald. “Het was echt wel een heel goede generatie. De twee jaar voor ik wereldkampioen werd waren we al twee keer wereldkampioen relay geworden. We hadden ons goed op de kaart gezet, met mannen als Jeroen Otter en Charles Veldhoven, Jaco Mos en Richard Suyten.”

Trainen naast werken       

“We trainden in die tijd heel veel, ook al werkte ik gewoon 40 á 45 uur in de week. Mijn vader was heel handig en had een hometrainer voor me gemaakt waar ik op kon trainen en daarnaast lag een zelfgemaakte schaatsplank, waarop ik met geitenwollen sokken de schaatsslag oefende.”

Andere tijden

“Natuurlijk waren het wel andere tijden, ook qua materiaal. Als ik nu die ijzers zie, ben ik wel jaloers. Met het grootste gemak wordt een setje veranderd na een race en dat setje is dan exact hetzelfde afgesteld als het vorige. Wij hadden dat vroeger niet. We hadden één set voor de wedstrijden en als die versleten was, werden dat de reservebuizen. Net als nu kwam de afstelling natuurlijk heel precies. Je kon er heel lang over doen om de juiste kromming in je schaatsen te krijgen. Als je dan was gevallen of tegen iemand aan was gereden, zette je de schaats even tussen de deur om hem weer goed te maken. Als hij goed zat, zat hij goed, maar als dat even niet het geval was, kon het soms wel een week duren voor je weer de juiste afstelling had.”

Die week had je vaak niet en zeker niet tijdens wedstrijden. “Ik weet nog goed dat tijdens het WK dat ik won mijn ijzer losliet, vlak voor de finale van de duizend meter. Mijn setje was al niet heel goed meer en mijn reserveset nog minder. Mijn teamgenoot Jaco Mos, die er zelf ook nog heel goed voor stond, heeft toen mijn ijzer gesoldeerd. Niet wetende hoe het aanvoelde en of alles er recht onder stond, reed ik mijn duizend meter en won ook nog. Mede dankzij Jaco. Het toonde ook wel de teamgeest aan van die tijd. Ik was helemaal niet handig en hij had dat niet hoeven doen, maar toch deed hij het.”

Vrachtwagen

Met een wereldtitel op zak begon Peter nog wel aan zijn volgende seizoen, maar inmiddels won zijn andere passie terrein. “Mijn droom was om vrachtwagenchauffeur te worden. Al van jongs af aan vond ik dat prachtig. In het shorttrack had ik eigenlijk alles wel gewonnen. Ik verdiende er helemaal niks mee en op de vrachtwagen was dat natuurlijk anders.”

De wereldkampioen stopte met shorttrack en verdween uit de schaatssport, om nooit meer terug te keren. “Voor veel mensen was dat vreemd natuurlijk, en dat snap ik ook wel. Op dat moment leek het voor mij de juiste keus. Ik ging mijn passie achterna. Achteraf heb ik daar wel spijt van, hoor. Ik ben veel te vroeg gestopt. Als ik het over had kunnen doen, had ik het misschien anders gedaan, maar het was toen een andere tijd. Ik werkte gewoon en het schaatsen kostte alleen maar geld. Ik was zo door mijn vrije dagen heen, en als ik naar een WK ging nam ik onbetaald verlof. Als ik zie dat de schaatsers nu kunnen leven als prof, ben ik wel eens jaloers. Dat had ik natuurlijk ook wel gewild.”

Jeroen heeft Messi

Van een afstand volgt Peter het shorttracken nog, maar als hij moet kiezen tussen een wedstrijd van Ajax op tv of een shorttrackwedstrijd, wint het voetbal. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik door bondscoach Jeroen Otter en zijn successen met het team de sport wel weer wat meer ben gaan volgen. Na mijn wereldtitel was er een lange periode nauwelijks succes en dan gaat het ook steeds verder van je af staan. Waarom er nu wel succes is? Laat ik eerst zeggen dat ik vind dat Jeroen het waanzinnig goed doet, maar hij heeft natuurlijk wel een beetje geluk met Sjinkie en Suzanne. Zonder Messi had Guardiola ook niet zoveel gewonnen met Barcelona. Je moet als coach toch een beetje geluk hebben met je materiaal en als je het dan zo weet neer te zetten als Jeroen dat doet, kun je fantastische resultaten behalen.”  

“Het moet geen circusnummer worden”

Tijdens de wereldkampioenschappen in Ahoy bezocht Peter sinds lange tijd weer eens een shorttrackwedstrijd. “Ik werd uitgenodigd en ben gegaan. Hoewel het prachtig was en ik het fantastisch vind dat de sport het podium krijgt dat het verdient, zat ik toch met gemengde gevoelens terug in de auto. Het leek af en toe wel een circus en vooral te draaien om de show en de speakers en niet zozeer om de sport zelf. Ik heb me daar wel aan gestoord. Vroeger werden we wel eens het circusnummer van de schaatssport genoemd en ik denk dat de sport ervoor moet waken om dat ook niet echt te worden. Het moet gaan om de sport, de inhaalacties en de snelheid. Niet om het entertainment rond de wedstrijden.”

De sport is niet veel veranderd

“Qua sport is er niet heel veel veranderd, vind ik. Het gaat natuurlijk harder. De tijden die wij vroeger reden, rijden de vrouwen nu, maar het gaat nog steeds plat door de bocht en linksom. Wat ik wel vind, is dat de jury veel strenger is geworden, te streng als je het mij vraagt. Het blijft hier en daar toch een contactsport en ik zag diskwalificaties voor acties waar echt niets aan de hand was. Dat mag wat mij betreft wel anders.”

De grote vrachtwagen waar Peter de voorbije 30 jaar op reed en waarop werkweken van 65 uur eerder regel waren dan uitzondering, heeft hij inmiddels ingeruild voor een kleinere variant. “Ik doe het nu wat rustiger aan. Ik haal afgewerkte olie op hier in de buurt en breng dat dan naar Amsterdam.” Op de vraag of hij dan meer tijd overhoudt om het schaatsen te volgen, begint hij te lachen. “Nee, dat denk ik niet. Als ik thuis ben en het is op televisie dan kijk ik wel hoor, maar ik blijf er niet voor thuis.”

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Proskating 1 seizoen 2019/2020.