Olivier Jean: Vedette in Canada, rookie in Nederland

In Nederland doet de naam Olivier Jean misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar in Canada, en dan vooral in Québec, is hij een gevierd schaatser. Shorttracker Jean won op de Olympische Spelen van Vancouver een gouden medaille op de 5km aflossing, samen met zijn teamgenoten Charles Hamelin, François Hamelin, Guillaume Bastille en François-Louis Tremblay. In 2011, 2012 en 2013 werd Jean op deze discipline ook nog wereldkampioen. In 2012 behaalde hij ook de wereldtitel op de 500m shorttrack.

Tegenwoordig is Olivier Jean voornamelijk in Nederland te vinden, waar hij deel uitmaakt van Team Clafis en marathons rijdt voor Royal A-Ware. Het shorttracken heeft plaats gemaakt voor de langebaan, voornamelijk omdat een Olympische medaille op de mass start lonkte. “Na Sochi en na al die jaren dat ik shorttracker ben geweest, had ik het gevoel dat ik iets nieuws nodig had,” vertelt Jean enthousiast. “Iets met meer uitdaging, een ander perspectief. Ik kon me niet meer zo goed motiveren voor het shorttrack en zag ook niet meer hoe ik mezelf nog kon verbeteren. Een nieuwe olympische cyclus in het shorttrack, met dezelfde stijl van racen en trainen, zag ik niet zitten. Ik had iets nieuws nodig, iets wat compleet anders was. Toen bekend werd dat de mass start olympisch zou worden, dacht ik dat dat wel iets voor mij zou zijn, iets dat echt bij mij past en waar ik succesvol in zou kunnen zijn.”

De marathoncompetitie was voor Jean de belangrijkste reden om naar Nederland te komen: “Voor mij was het duidelijk dat je, als je een succesvolle mass start wilt rijden, je mee moet doen in de marathoncompetitie. Ik wilde zo snel mogelijk ervaring opdoen in de marathon en het racen in een peloton onder de knie krijgen. Dat kan alleen in Nederland, omdat Nederland het enige land is met zo’n marathoncompetitie.”

Voorlopig verloopt de weg naar een olympische mass start medaille voorspoedig. Jean won in 2017 een bronzen medaille op de WK afstanden, op de ijsbaan in Korea, waar de spelen dit seizoen plaats gaan vinden. “Toen ik in 2014 de overstap van shorttrack naar langebaan maakte, deed ik dat, omdat ik dacht dat een succesvolle overstap mogelijk was. Ik weet natuurlijk al hoe het is om succesvol te zijn, ik moet nu die ervaring gebruiken om ook succes te boeken op de langebaan. Marathons gaan rijden was de eerste goede beslissing die ik maakte. Het is een nieuwe sport voor mij en ik moet het snel leren, maar de basis is natuurlijk wel aanwezig. En ik geloof dat de overstap mogelijk is en dat ik podium kan rijden. Als ik dat niet geloofd had, was ik er nooit aan begonnen, dan had ik de overstap niet gemaakt.”

De beslissing om in Nederland te gaan trainen, houdt in dat Olivier nog maar zelden thuis is. “Het valt me niet zwaar om steeds zo ver van huis te zijn. Als het nou voor de komende tien jaar was geweest, was het een ander verhaal, maar het is maar voor een seizoen. Het is heel makkelijk om een seizoen volledig toegewijd te zijn aan het schaatsen. En alles is zo nieuw voor mij. We gaan met de ploeg overal naartoe. Naar Limburg, Livigno, Tenerife, iedere keer is het weer een andere omgeving. Voor mij is het heel leuk en ik heb ook het gevoel dat het een positieve invloed heeft op mijn prestaties, dus dan is het makkelijk om dat allemaal te doen. Natuurlijk mis ik mijn vriendin en mijn familie en zou ik het fantastisch vinden als zij nu ook in Nederland zouden kunnen zijn, maar dat is nu eenmaal niet zo en het is ook geen probleem. Wat is nu een jaar in een heel mensenleven? Niets toch?”

Het leven in Nederland bevalt hem dan ook goed. “Ik vind het heel leuk in Nederland. Ik kan het goed vinden met mijn ploeggenoten en de staf. We maken veel plezier tijdens de trainingen en tegelijkertijd is het heel professioneel. Ik vind het leven hier ook prettig. Het is heel relaxed, ook omdat er hier niks te doen is. We gaan koffie drinken, we trainen samen en soms houden we ’s avonds een barbecue of iets. Ik heb veel vertrouwen in deze manier van trainen en leven, dat maakt het ook makkelijker om hier te zijn. Als ik hier zou zijn en ik zou me fysiek niet in orde voelen of denken dat het mijn prestaties niet ten goede zou komen, zou ik onmiddellijk vertrekken. Het belangrijkste is ‘maakt wat ik doe me sneller en een betere schaatser?’ Als dat zo is, dan is het goed.”

In Nederland kan Jean ongehinderd over straat. In Québec is dat wel anders. “In Québec is er veel aandacht voor het shorttrack. Ik kom daar vandaan en krijg daar veel media-aandacht. Er zijn veel mensen die weten die ik ben. In de rest van Canada is het wat minder. In het Olympische shorttrackteam van Canada zitten ook altijd veel mensen uit Québec, in Vancouver kwamen zelfs negen van de tien schaatsers hier vandaan. In Québec kunnen ze gewoon heel hard schaatsen.”

AANBIEDINGEN