‘De hele Alblasserwaard is eigenaar van de Molentocht’

Het is zo’n tocht die zich genesteld heeft in de het collectief geheugen: het beeld van schaatsers op het bevroren boezemwater langs de molengang van Kinderdijk overtreft dan ook moeiteloos ieder iconisch beeld van die Andere Tocht. De Molentocht, ooit opgezet om dorpen met elkaar te verbinden, doet dat tot op de dag van vandaag nog altijd en zal zolang dat blijven doen zolang we nog natuurijswinters krijgen. Het is een van die roemruchte tochten die in de kern laat zien wat schaatsen écht is, en altijd al is geweest. De Molentocht is dan ook met recht een Oertocht.

De molens van KinderdijkZe zijn op hun rust gesteld, daar in de Alblasserwaard. Geen gekkigheid, hard werken en niet zeuren is de mentaliteit. Het is volk van principes, en dat kan nog wel eens botsen, zeker als iedereen de hakken in het zand zet. Zo ging het en zo gaat het. Tot het gaat vriezen. Dan wordt alles anders. Want als het water hard wordt, worden in de Alblasserwaard de geesten vloeibaar. “Zodra hier ijs ligt, gaat de Alblasserwaard aan de Molentocht denken”, zegt voorzitter van de Stichting Molentochten Hillebrand Beärda stellig. “Dan komen de bezems, de schuiven, alles komt naar buiten.” 

Op het ijs geen gedonder

Voorzitter Hillebrand Beärda
Voorzitter Hillebrand Beärda van de Alblasserdamse IJsclub.

Want ze zijn trots op hun Molentochten. In meervoud, want er zijn meerdere afstanden af te leggen en je kunt op verschillende plekken opstappen. En als het dan los gaat, dan gaat het ook echt los in dat meest Hollandse stukje Holland in heel Nederland, vertelt voorzitter Beärda, docent lichamelijke oefening in ruste. “De laatste Molentocht die we hadden was in februari 2012, toen hadden we 19.993, pak me niet op 1, maar net geen 20.000 deelnemers. En dat ging buitengewoon.” Het doet hem zichtbaar plezier dat hij met de organisatie van zijn Stichting zoveel mensen in staat stelden ouderwets veel pret te beleven op het ijs. “Weet je hoeveel vechtpartijen er waren? Geen”, zegt hij bijna bezwerend. “Weet je hoe mensen elkaar groeten en vriendelijk zijn tegen elkaar? Het ijs heeft zo’n ontwapenend karakter. Je hebt overal gedonder, maar op het ijs heb je dat niet. Dat gun je mensen, daar komt het op neer.”

En het gaat niet om kleine aantallen mensen op dat ijs. Die 20.000, dat zijn dan alleen nog maar de inschrijvers. “Ik er zeker van dat we misschien een vijfde gedeelte op het ijs ook deelnemer is van de tocht. Je hebt massa’s mensen die niet aan een 25 kilometer beginnen. Die naar een koek en zopie toegaan en daar gaan zitten, daar drinken en in de loop van de dag een keer teruggaan. En dat zijn er echt heel veel. Ik vind dat ook niet erg. Wij moeten er alleen maar voor zorgen dat het aantrekkelijk is. Zodat mensen zich moreel verplicht voelen van ‘dan betalen wij toch die 10, 15 euro’. Dat ze denken: ‘ Zij schuiven voor ons, dan moeten wij een beetje schuiven voor hen’.

Aanbieding: kaarten + abonnement

Eerste Molentochten

Het is het decor met de eerbiedwaardige molens, het zoeken naar een warm gevoel dat bijna verloren lijkt te zijn, dat mensen massaal richting het ijs in de Waard drijft. En hoe kan het ook anders. De oudste schaats die in Nederlands is aangetroffen komt niet voor niks uit Dordrecht, net buiten de Waard aan de overkant van de Beneden Merwede. Molens bestonden nog niet in 1225, het jaar waarop die oerschaats is gedateerd, maar de sensatie van het glijden op natuurijs kenden ook onze vroege voorouders al wel. Toch duurt het nog een kleine 700 jaar voordat de eerste echte tochten worden georganiseerd in de Alblasserwaard. Het is de eerste winter in de kersverse 20e eeuw dat er voor het eerst sprake is van een georganiseerde molentocht in de Alblasserwaard.

Of is dat wel zo? Het lijkt een kwestie van naamgeving, hoewel we dat volgens voorzitter Hillebrand Beärda, ook niet moeten onderschatten. “De eerste was in 1900, maar was het een Molentocht?”, vraag hij zich enigszins filosofisch af. Molentocht 1941“Want dat was die van 1917 ook niet. Dat was een rondtocht. Die was door de IJsbond Alblasserwaard georganiseerd.” Afgaand op het jubilieumboek van de Alblasserdamse IJsclub AYC wordt de eerste tocht die de naam Molentocht draagt, georganiseerd in 1961. Daarvoor is er sprake van schaatstochten, rondritten en rondtochten. Het is voer voor discussies op lange, donkere winteravonden. Het doet niets af aan het plezier dat al die mensen al meer dan 100 jaar op het ijs beleven. 

Spek, bonen en armenhulp

De behoefte aan een ijsbond ontstond na de barre winter van 1890, toen verschillende dorpen en steden in de omgeving voor schepen onbereikbaar werden. Gevolg was dat soms de meest dringende levensbehoeften alleen met de grootst mogelijke moeite de mensen bereikten. Die Alblasserwaardse IJsbond kwam er dan ook. Met als doel ‘het gezamenlijk onderhouden van de onderlinge ijswegen, ten gebruike van iedereen’, zo staat er in het Wapen van de ijsclub AIJCjubileumboek van de AYC beschreven. Een sociaal doel, dat uiteindelijk verder ging dan alleen het openhouden van verbindingen, legt Beärda uit. “Als het winter werd, dan ontstond er werkloosheid. Sociale voorzieningen waren er niet. Maar er moest toch gehandeld worden. Over de normale wegen ging dat niet, dat was veel moeilijker dan over dat ijs. Maar daar lag die verrekte sneeuw. En mensen die buiten het werk waren gekomen door de vorst die mochten dan ijsbanen gaan schoonvegen. Die kregen daar dan een dubbeltje per dag voor. Dat was een van de eerste vormen van sociale voorzieningen in zo’n gemeente. En je had ook een vorm van armenhulp vanuit het schaatsen: het rijden om spek en bonen, het meedoen. Dat was een wedstrijd om minder bedeelden aan de spek en bonen te helpen.”

‘Hele Alblasserwaard is eigenaar van de Molentocht’

Het was de AYC die in 1900 uiteindelijk de eerste echte schaatstocht organiseerde, want ja, dat mooi geveegde ijs lag er toch. Op en neer van Alblasserdam naar Groot Ammers. Het duurde vervolgens nog wel tot 1917 voor de eerste ‘Rondtocht door de Alblasserwaard werd georganiseerd. In de jaren die volgden werden door allerhande onenigheid maar weinig tochten georganiseerd. “Dat had je ook allemaal, veel gedoe onderling. Je had allemaal rondjes.” Het waren problemen die bleven spelen tot de AYC in de jaren 50 de organisatie naar zich toetrok en die later overdroeg aan wat uiteindelijk de huidige Stichting Molentochten zou worden. Het bracht de broodnodige rust in de tent, en de Molentochten konden uitgroeien tot een nationaal fenomeen. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding.
Koek en zopie bij de Molentocht
Koek en zopie bij de Molentocht.

 

En als gezegd brengt het de inwoners van de Alblasserwaard ook weer samen. “Zodra hier ijs ligt, gaat de Alblasserwaard aan de Molentocht denken. En zodra het kan komen de bezems, de schuiven, dan komt alles naar buiten. Want als we maar een hele kleine bijdrage kunnen leveren en hij kan daardoor door gaan, nou, dan is het feest. Er is niemand die hier met een toeter rondgaat met de vraag of je wilt meewerken. Helemaal niet. Mensen komen vanzelf naar buiten en gaan aan de slag. Zodra het gaat vriezen, gaat mijn telefoon op rood, zelfs voordien al. Zelfs dagbladen bellen. Dan zeg ik: er moet eerst ijs in het water komen te liggen. Heel de Alblasserwaard is eigenaar van de Molentocht, ze zijn er allemaal gek van.” Mensen motiveren is dan ook helemaal niet nodig, licht Beärda toe. “We hebben nu twee keer gehad dat we op vrijdagochtend hebben aangekondigd dat we op zaterdag een Molentocht hebben. Dan zijn ze de hele nacht aan het schuiven en werken. Dat is gewoon onvoorstelbaar. Die werkmentaliteit zit er hier zeker in.”

Niet op zondag

Alleen op zondag, dan is een Molentocht letterlijk uit den boze. “Je moet hier op zondag geen Molentocht gaan organiseren”, meent Beärda. Een groot deel van de bewoners van de Alblasserwaard is behoudend, stemt veelal SGP en trekt hier duidelijk een grens. “Beide gemeenten waar de Tocht doorheen loopt zeggen: ‘Je krijgt geen vergunning voor op de zondag’. Hun argument is: ‘We kunnen dan geen bemensing niet op de been krijgen’. Vanuit het stichtingsbestuur zeggen we dan ook: ‘We doen het niet op zondag, want een aantal verenigingen doet dan absoluut niet mee’.” Een aantal verenigingen zou zich zelfs helemaal kunnen terugtrekken als de anderen besluiten toch op zondag te laten starten. En dat wil Beärda absoluut niet. “Dan zou dat hele mooie bouwwerk wat we in elkaar hebben gezet ineen storten.”

‘Alvast voorsorteren op de A27 bij Hilversum’

En dat bouwwerk staat als een huis, is zo door de jaren heen gegroeid. “Het is een hele professionele tocht geworden. Toen het in de jaren 60 begon, ging het er om hoe we al die ijsclubs dezelfde kant op laten kijken. En hoe krijgen we die centjes verdeeld. Het ging allemaal over het ijs. Dat al die mensen met fietsen en auto’s naar de start moesten, daar is helemaal niet over nagedacht.”

Toen in 2009 ineens 16.000 mensen zich aanmeldden, werd duidelijk dat die gemoedelijkheid niet meer kan, dat de knop radicaal om moest. “Toen is men zich doodgeschrokken”, verklaart Beärda nu. “We hadden toen 13 jaar geen Molentocht gehad. En daar was ie. Mensen wisten niet meer wat het was, maar het werd een verkeerschaos. Zoveel deelnemers hadden we nooit gehad, dat was abnormaal.”

En zoals dat gaat in moderne tijden, werd er een ‘multidisciplinair’ draaiboek in elkaar gezet. “Er is nog maar een heel klein stukje dat gaat over het ijs en een heel groot stuk dat gaat over de verkeersstromen uit heel Nederland. Want een Molentocht begint al op de A27 bij Hilversum, daar wordt al voorgesorteerd. En in Rotterdam wordt op de A4 al voor de Molentocht voorgesorteerd. Dus hier zit politiewerk in, brandweerwerk, veiligheidsafspraken. Elk jaar in oktober kijken we weer, of het nog klopt.”

De Molentochten in tijden van corona

Een extra complicatie bij een mogelijke tocht komende winter is natuurlijk de omgang met het coronavirus. Maar ook daar is op gerekend, met de insteek dat er alles aan wordt gedaan de Molentochten te laten doorgaan. Digitaal inschrijven, van te voren een tijdstip en startplaats vastleggen, het is allemaal prima mogelijk. “Het enige waar ik tegenaan hik is dat mensen ergens naar binnen moeten om gescand te worden. Een startformulier moet dan gescand worden om te weten wie er op het ijs zit. Dat beangstigt mij een beetje. Dan zie ik daar drie van die mannen van tussen de 70 en 80, en dan komen al die mensen langs.”

Wat Beärda betreft moet daar dan maar praktisch mee omgegaan worden en kunnen ze dan gewoon ongescand het ijs op. “Hun starttijd noteren ze zelf op dat formulier. En komen terug en hebben hun 75 kilometer gereden, dan noteren ze hun finishtijd weer op dat formuliertje. Het gaat in een grote bak, ze pakken uit een andere bak de medaille die er bij hoort. Dat kan gewoon buiten wat mij betreft. En neem desnoods maar de verkeerde mee medaille mee. Als je de 25 hebt gereden, neem dan maar een 75 mee. Leuk dat je jezelf besodemieterd, maar voor mij is die even duur”, zegt hij nuchter. “En bedankt en tot ziens. Als het op die manier zou kunnen, dan denk ik dat het gewoon kan.”

Carnavalstocht

Intussen is het succes misschien wel de grootste bedreiging voor de echte schaatsliefhebber. Want omdat de Molentochten zo vast zitten in het Drukte tijdens de Molentochtcollectieve geheugen, is het de eerste plek waar mensen aan denken als het even flink gaat vriezen. “Mensen gaan uit routine naar Alblasserwaard. Dit wordt wel steeds meer een carnavalstocht”, zegt Beärda met enige spijt in zijn stem. “Toen ik zelf nog hard schaatste, dan ging je weg en dan was het je schik om het rondje van 75 kilometer in tweeëneenhalf uur gedaan te hebben”, zegt hij terugkijkend. 

“Maar de laatste keer zat dat er echt niet in. Dat kwam ook omdat er maar een meter of 3 beschikbaar was. En dan had je ook nog tegenliggers. Echt doorrijden zat er echt niet in.” En daar kwamen dan ook nog allerlei koek en zopie-tenten bij, want ‘in molenlanden heeft men de gewoonte geen vergunningen hiervoor te geven’, verklaart hij. “Daar staan ze van alles te verkopen, tot aan Nivea toe. En dan staan er ook nog bandjes op het ijs, dat hadden we ook nog. Gezellig, maar om die 75 kilometer snel te rijden, daar is die Molentocht niet voor. Maar dan moet je de dag ervoor gaan zitten, maar dan is ie misschien minder geprepareerd.

Toch heeft de Molentocht de tand des tijds doorstaan. Wereldoorlogen, onenigheid tussen clubs, zelfs corona en het massatoerisme lijken deze oertocht niet klein te krijgen. En nu, ruim honderd jaar na de eerste echte rondrit, doet de tocht op een eigentijdse manier waar hij voor is opgericht: mensen samenbrengen en plezier beleven op het ijs. En ijs en weder dienende zal dat altijd wel zo blijven.